Ik heb weinig tot niets met Tilburg. De familie van Ex komt er vandaan. In een ver verleden, toen ik net met haar verloofd was, ben ik op kennismakingstournee geweest langs een aantal van haar ooms en tantes en haar opa. Eind jaren 60 was dat nog een gebruikelijke routine. Bijna 20 jaar geleden zong ik met het koor waar ik toen in zat in de Tilburgse Schouwburg. Maar verder was Tilburg onbekend terrein. Tot gisteravond. Blogneef had in een theatertje een uur tot zijn beschikking gekregen. Het leek hem leuk om hem en mij over bloggen te laten interviewen. En dat was bij Gade in vertrouwde handen. Een familieonderonsje voor publiek. 40 mensen. Viel niet tegen.
Tilburg laat zich moeilijk veroveren. Dat gold niet voor het publiek. Het was een gemakkelijk en lichtvoetig gesprek, met gewillige oren bij de toehoorders. Nee, voordat je in Tilburg je auto kwijt bent. Er is een gloednieuwe parkeergarage. Op de website van de gemeente staat dat de ingang daarvan aan de Magazijnstraat ligt. Ik vraag mijn TomTom mij daar naar toe te brengen. Doet hij keurig. Maar de Magazijnstraat wordt halverwege afgesloten door een aantal paaltjes. Achter die paaltjes ligt de aanrijweg naar de ingang van de parkeergarage. Onbereikbaar voor mij vanaf deze kant. Ik zwerf door de stad op zoek naar de goede kant. Niet te vinden. Ik stal mijn auto in een andere garage, iets verder van het theater. Maar ik ben nog op tijd om een hapje te eten met de rest van mijn gezelschap. Dan naar het theater. We maken een opstelling. 3 paarse fauteuils. 3 glaasjes water en zowaar per Skype verbinding met mijn nicht in Frankrijk. Mogelijk kunnen ze daar deze avond volgen. Het blijkt dat ze dat maar 6 minuten volhouden. Geluid te slecht.
Ons uur vliegt voorbij. Tilburg ligt aan onze voeten. Wat Parijs voor Ivo Niehe was, is Tilburg voor Neef en mij. Nu maar hopen dat we de parkeergarage kunnen terugvinden. Ik herinner me de naam: Hemelpoortgarage. Als we hem gevonden hebben blijkt dat bijna goed. Heuvelpoortgarage. Ook een mooie naam.
Archieven
- oktober 2021
- juli 2021
- mei 2021
- april 2021
- maart 2021
- februari 2021
- januari 2021
- december 2020
- november 2020
- oktober 2020
- september 2020
- augustus 2020
- juli 2020
- juni 2020
- mei 2020
- april 2020
- maart 2020
- februari 2020
- januari 2020
- december 2019
- november 2019
- oktober 2019
- september 2019
- augustus 2019
- juli 2019
- juni 2019
- mei 2019
- april 2019
- maart 2019
- februari 2019
- januari 2019
- december 2018
- november 2018
- oktober 2018
- september 2018
- augustus 2018
- juli 2018
- juni 2018
- mei 2018
- april 2018
- maart 2018
- februari 2018
- januari 2018
- december 2017
- november 2017
- oktober 2017
- september 2017
- augustus 2017
- juli 2017
- juni 2017
- mei 2017
- april 2017
- maart 2017
- februari 2017
- januari 2017
- december 2016
- november 2016
- oktober 2016
- september 2016
- augustus 2016
- juli 2016
- juni 2016
- mei 2016
- april 2016
- maart 2016
- februari 2016
- januari 2016
- december 2015
- november 2015
- oktober 2015
- september 2015
- augustus 2015
- juli 2015
- juni 2015
- mei 2015
- april 2015
- maart 2015
- februari 2015
- januari 2015
- december 2014
- november 2014
- oktober 2014
- september 2014
- augustus 2014
- juli 2014
- juni 2014
- mei 2014
- april 2014
- maart 2014
- februari 2014
- januari 2014
- december 2013
- november 2013
- oktober 2013
- september 2013
- augustus 2013
- juli 2013
- juni 2013
- mei 2013
- april 2013
- maart 2013
- februari 2013
- januari 2013
- december 2012
- november 2012
- oktober 2012
- september 2012
- augustus 2012
- juli 2012
- juni 2012
- mei 2012
- april 2012
- maart 2012
- februari 2012
- januari 2012
- december 2011
- november 2011
- oktober 2011
- september 2011
- augustus 2011
- juli 2011
- juni 2011
- mei 2011
- april 2011
- maart 2011
- februari 2011
- januari 2011
- december 2010
- november 2010
- oktober 2010
- september 2010
- augustus 2010
Links
Dag Jan,
Ben sinds vandaag een Tilburgse ervaring rijker. Een tentoonstelling met de allitererende naam Vanitas en de verdwaalde potvis. Inderdaad, klinkt als een jongensboek. Een enorm skelet van wat ooit een potvis was die ooit de verkeerde afslag nam. Twee beeldend kunstenaars, Huub van der Loo en Reinoud van Vught, maakte er beeldende kunst bij: grote schilderijen en piepschuimobjecten. Allemaal samen in een ruimte waar je stil van wordt. Natuur en kunst bij elkaar, alsof het gewoon zo hoort. Voor Van der Loo was het ook een jongensboek: hij heeft de schilderijen daar ter plekke mogen maken. Met een herriemakende walvisinelkaarzetexpert op de achtergrond. Maar wat een resultaat!
Overigens geen parkeerproblemen, volgende keer gewoon een andere garage nemen. Er zijn er genoeg.